En daar was geen water …

En daar was geen water …

‘Dit is mijn vrouw. Zij is predikant in een doopsgezinde gemeente in Nederland.’ Zo stelde mijn echtgenoot me voor toen we van het vliegveld van Dar es Salaam werden afgehaald. De twee mannen die ons afhaalden, keken me in lichte verbijstering aan, want ik was geen man. En dan tóch dominee?

Zo ontdekte ik dat er in Dopers Tanzania geen vrouwelijke predikanten waren, maar dat vond ik niet mijn probleem. Ik was als (zelf betalende) decoratie mee met mijn echtgenoot die als voorzitter van Doopsgezinde Wereld Werk projecten bezocht na afloop van een vergadering in Addis Abeba en voelde me niet geroepen tot revolutie. Maar ja, dan loopt het toch anders en voor ik het wist, zat ik midden in de strijd van vrouwen voor erkenning van hun kwaliteiten en hun wens ook predikant te mogen zijn.

Het begon in 2010 en toen mijn man in 2015 weer naar Tanzania ging, vroeg hij me weer mee (weer op eigen kosten natuurlijk). Omdat we op zondag in Shirati zouden zijn waar een doopsgezinde gemeente is, riep ik (voor de grap) dat ik dan wel wilde preken, als ze dat ook wilden. Dat bleek okay te zijn al waren ze iets minder enthousiast, toen ik de dienst wilde voorbereiden met vrouwen uit de gemeente.

Maar toen ging het balletje wel rollen. Nu zijn er zeven vrouwelijke pastoraal werkenden (die deacon genoemd worden), dus er moeten nog wat stappen gezet worden, maar ze zijn op weg. En in het voorjaar van 2024 maakten we – mijn dochter Corine, Marijn Vermet en ik) een ‘collegetour’ langs Arusha, Mwanza en Musoma waar in totaal 250 vrouwen op af kwamen. Die reis was (grotendeels) gesponsord door de zending.

In september/oktober 2025 kwamen via de zending vier vrouwen op strategische posities in dopers Tanzania naar Wassenaar om bij mij verder te werken aan ‘empowerment’, zelf bijbel lezen en ook wat ‘spelen’ met bijbelverhalen in allerlei werkvormen. De grootste hobbel was: wat doen we als we het niet eens zijn? Zij waren gewend om dan te wachten tot een man het verlossende woord sprak – ik was dat wat minder, dus we leerden van elkaar dat het okay was om het niet met elkaar eens te zijn, want iedereen mag een eigen mening hebben, jij, maar dus ook de ander.

Ze waren enthousiast en wilden meer leren en meer weten. Een nieuwe reis naar Tanzania zit er voor mij op het moment niet in, maar je kunt hen nu niet in de steek laten. Dus schreef ik 5 programma’s rond een bijbelverhaal met diverse werkvormen en al. Ik ging uit van de hoofdstukken die ik ook in de loop der jaren in de GDB-mappen schreef, maar dat viel niet mee, want ik bleek met een enorme blinde vlek te zitten als witte westerse vrouw. Bij ‘geef iedereen een kopietje’, loopt het al mis. Kopiëren kost geld, dat ze niet hebben. En wat moeten ze ook met westerse kunstenaars als Rembrandt of van Gogh? Dus ik ging op zoek naar Afrikaanse kunstenaars. In de nieuwe map (2026-27) staat een hoofdstuk ‘En daar is geen water’, maar dat klinkt daar heel anders dan hier, dus de vragen moesten anders, en er moest een foto bij van Afrikaanse vrouwen die soms kilometers sjouwen met een emmer water op hun hoofd. Bij Marta en de Draak (als tegenhanger van Joris – een andere manier van omgaan met het kwaad) was de vraag of zij draken kenden, maar die kon ik niet veranderen, want het sloot aan bij het verhaal uit Openbaring waarin het echt over een draak ging. Gelukkig las mijn dochter mee, want een blinde vlek is moeilijk zelf te ontdekken!

Vijf hoofdstukken zijn opgestuurd en de vrouwen zijn enthousiast – vooral over opmerking dat het suggesties zijn en geen verplichting, want hé, je kunt het dus gerust met elkaar oneens zijn, ook over de uitleg van een bijbelverhaal of over het uitvoeren van een workshop. En ze willen nog wel wat materiaal.

Nee, er zijn nog geen vrouwelijke predikanten in dopers Tanzania, maar ze zijn op weg en hoe mooi is het dat ik daarbij een klein aandeel mocht hebben.

Christien Duhoux-Rueb

Naschrift DGS; het leveren van de vijf hoofdstukken aan de Tanzaniaanse zusters, is een persoonlijke actie van ds. Christien Duhoux-Rueb, die door de jaren heen een heel goede persoonlijke band heeft opgebouwd met een aantal Tanzaniaanse zusters. DGS moet altijd weer keuzes maken aan welke projecten geld wordt gegeven. DGS heeft aan dit project, hoe mooi ook, geen geld bijgedragen.

Foto’s aangeleverd door Christien Duhoux-Rueb